"Nazorg is complex. Het is ruimtelijk, technisch, juridisch, het heeft te maken met milieu, er komt van alles voorbij. "

IJsbrand de Haan, Projectleider stortplaatsen

  • Naam: IJsbrand de Haan
  • Functie: Projectleider stortplaatsen
  • Opleiding: Cultuurtechniek
  • Werkt bij de provincie sinds: 2008
  • Team: Nazorg bodem

“Toen ik voor de provincie Zuid-Holland kwam werken, was het niet mijn idee om zo lang te blijven. Toch werk ik hier al ruim 14 jaar, want ik heb het enorm naar mijn zin. Het werk en de rol die ik heb zijn erg uitdagend en ik wil dit werk gewoon blijven doen. Als bodemexpert kan je bij de provincie veel verschillende zaken oppakken. De ene dag ben je bezig met een beleidsstuk, de volgende dag sta je op een stortlocatie, ben je bezig met water en de natuur of ga je aan de slag met de financiën in een project. Je kunt binnen het team breed aan de slag met diverse taken. Die afwisseling maakt voor mij dat het werk nooit saai is en dat ik elke dag nog bijleer. Dat is één van de hoofdredenen waarom ik al zo lang voor de provincie werk en voorlopig nog niet weg wil.”

Nazorg als wettelijke taak van de provincie

“Als projectleider stortplaatsen ben ik verantwoordelijk voor de nazorg van de stortplaatsen die worden overgedragen naar de provincie. Een stortplaatsbeheerder draagt de stortplaats over aan de provincie als deze vol is. De provincie heeft de wettelijke taak om ervoor te zorgen dat er geen milieuverontreiniging door de stortplaats in de omgeving plaatsvinden. Dit doen we aan de hand van diverse tools, zoals het hanteren van een nazorgprogramma, het maken van financiële risicoanalyses, het uitvoeren van inspecties en kwaliteitscontroles. De nazorg die we uitvoeren is eeuwigdurend; we blijven verantwoordelijk voor de stortplaats zodra deze aan ons is overgedragen. Er wordt daarvoor ook een grote hoeveelheid geld overgedragen vanuit de stortplaatsbeheerder naar de provincie om de nazorg voor die stortplaats te kunnen blijven doen. Dit bedrag moet voldoende zijn om eeuwenlang de nazorg te kunnen uitvoeren. Er zitten veel elementen van ruimtelijke ontwikkeling, bodem en milieu in het werk en het is eigenlijk nooit echt klaar.”

Als je al jarenlang in hetzelfde vak zit en eens wat anders wil doen, dan kan je bij ons in het team breed en divers aan de slag."

Dynamische rol

“Binnen de nazorg heb ik een kartrekkersrol. Het leuke van mijn functie is de combinatie tussen de ene dag het werk in het veld en de andere dag op kantoor aan de slag zijn. Op kantoor ben ik bezig met het schrijven van brieven en opdrachten, buig ik mij over financiële vraagstukken en schrijf ik beschikkingen en beleidsstukken. Ik ben ook regelmatig op stortplaatsen te vinden. Dan ben ik bezig met bijvoorbeeld met het coördineren van werkzaamheden. We laten kwaliteitscontroles uitvoeren en kijken dan of de mensen die de controles hebben uitgevoerd dat op de juiste manier hebben gedaan. De andere dag sta je in het veld bij een grondwaterpomp te kijken. Regelmatig ben ik in gesprek met betrokken actoren. Er is veel contact met bijvoorbeeld gemeenten, burgers, waterschappen of exploitanten die allemaal hun eigen ding willen met de stortplaats. Dat moet ik dan weer door vertalen naar welke impact al die belangen hebben op de nazorg en de bodem. Je kan je bijvoorbeeld voorstellen dat wanneer een waterbeheerder zegt: ‘Ik ga mijn grondwater een meter omhoog brengen’, dat ik dan moet zeggen dat dit niet is toegestaan, want dan staat mijn stortplaats in het water met kans op verontreiniging van het grondwater.

Niet alleen waterbeheerders, maar ook burgers komen met verzoeken. Zo hebben we bijvoorbeeld iemand die een skihelling heeft op een stortplaats en die wil hij aanpassen. Dan komt die persoon bij ons terecht met de vraag of dit wel kan. Wij moeten dan gaan kijken wat kan en mag, of het effect heeft op de nazorg van de stortplaats en hoeveel effect dit zou hebben. Daarna raak je weer in gesprek met een gemeente, waarmee je praat over de vergunningverlening. Er zijn bij de nazorg dus veel elementen en actoren waar je rekening mee moet houden.

Verder sluit ik ook met regelmaat aan bij het Interprovinciaal Overleg (IPO) en gaan we in gesprek met andere provincies. We komen een aantal keer per jaar samen en vinden het belangrijk om aan kennisdeling te doen en om ervaringen uit te wisselen. Dat zijn goede leermomenten, omdat we casussen van elkaar bespreken over diverse stortplaatsen in het land. Andere provincies komen veel kennis bij ons halen, omdat we de afgelopen jaren een schat aan ervaringen hebben gekregen die we graag met ze delen. Maar uiteraard leren we ook door de andere provincies een hoop bij. Elke casus is weer anders, want nazorg is complex. Het is ruimtelijk, technisch, juridisch, het heeft te maken met milieu. Er komt van alles voorbij. Geen dag is hetzelfde.”

Bouwen op elkaars expertise

“Ik werk op de afdeling Ruimte, Wonen en Bodem bij team Nazorg. In totaal zijn we met drie nazorg experts en één juridisch adviseur. Het is een klein en hecht team. Iedereen kent de werkzaamheden waar de ander mee bezig is. Dat moet ook wel, want we zijn back-up voor elkaar als iemand een keer op vakantie is of uitvalt. Een voordeel is dat de kennis in ons team uiteenloopt. De één is wat meer financieel onderlegd, de ander heeft veel ervaring op het gebied van milieu. Zelf kom ik uit de bodemwereld. Iedereen weet wel ergens wat vanaf en het is mooi dat we elkaar als team daarin kunnen versterken. We staan soms voor best complexe vraagstukken, maar zo komen we er samen altijd uit. Als je al jarenlang in hetzelfde vak zit en eens wat anders wil doen, dan kan je bij ons in het team breed en divers aan de slag. De opdrachten en casussen die we hebben zijn uiteenlopend en er is altijd wel iets wat je als expert kunt aangrijpen en wat goed bij je past.”

Trots op het werk

“Waar ik trots op ben, is dat we steeds meer expert worden op het gebied van de nazorg. We bouwen ervaring op, experimenteren, leren hiervan en nemen geleerde lessen mee naar de toekomst. Ik kan er best trots op zijn wanneer wij een stortplaats zo goed in de vingers hebben gekregen, dat de nazorg goed verloopt. Als alles op de stortplaats er netjes bij ligt, er gebeuren geen rare dingen, er lopen geen verontreinigingen uit, we hebben voldoende financiën om dingen te doen en we hebben overzicht, dan haal ik voldoening uit mijn werk. Er zijn altijd wel dingen die je op zo’n stortplaats tegenkomt die je niet had verwacht, maar onverwachte situaties komen steeds minder voor, omdat we de afgelopen jaren zo veel hebben geleerd en ervaringen hebben opgedaan. We krijgen steeds minder onaangename verrassingen bij de overname van een stortplaats. Daar ben ik trots op, dat we de overdracht goed doen en steeds beter weten wat die nazorg allemaal inhoud. We weten wat we moeten doen, zodat er geen milieueffecten zijn voor de omgeving.”